het was voor de koers dat jij die dag
in Ploegsteert werd geboren
lang voordat je haar kreeg op je benen
had je het al afgeschoren
nijdig over het stuur
van je driewieler gebogen
je was nog een kind
je ving nog niet veel wind
en voor je het wist, was je wereldnieuws
de camera's, ze plakten aan je vel
het lijkt wel de nieuwe Merckx
de ploegen zwaaiden met contracten
het een nog vaster dan het ander
en in Ploegsteert zei de pastoor:
ik wist van niets
maar God is van onze parochie en rijdt met de fiets
ik kom eraan, ik ga er staan
ik ga niet ontgoochelen, ik ga er staan
ik ga niet ontgoochelen
en het volk zei: kijk, hier komt de man
het talent druipt er in dikke druppels van
we hebben hem hier gemaakt
ambitie lijkt op overmoed
ze zijn rap te verwarren
een huis buiten proportie
en een handvol veel te chique karren
het was leven op te groot verzet
het probleem van slechte vrienden:
ze staan altijd klaar
aasgieren en sjacheraars
en hoe het dan is misgegaan
door wie, of wat, of waar
je enige verklaring:
'misschien zit ik gewoon zo in mekaar'
was weeral wereldnieuws
ze pakten je dan mee als een bandiet
je zei: dat ben ik niet
maar ik kom terug, ik ga er staan
ik ga niet ontgoochelen, ik ga er staan
ik ga niet ontgoochelen
en het volk zei: er is een reukje aan
er zit zelfs doping in zijn banden
ik wist dat hij had gepakt
de woorden 'ik wil je nooit meer zien'
klinken hard in iedere taal
het is dooddoen zonder moorden
het is zonder advocaat voor het tribunaal
dat ze uit de mond kwamen
van de moeder van je dochter
waar had je het verdiend
is het lot zo nietsontziend?
die laatste dag met dochterlief
je leerde haar nog fietsen
haar wiel begon te draaien
je kon er ondanks alles van genieten
maar zonder vrouw en kind
de lijm waarmee je nog bijeenhing
was het gedaan
de schepper had compassie
je mocht gaan
en God zei:
kom maar terug, ik ga er staan