Band

‘Eenvoudige doch onverwoestbare songs.’ Dat was in 2005 het lovende oordeel van de jury van Theater aan Zee, waar Het Zesde Metaal voor het eerst de neus aan het venster stak. Toen nog een uit de hand gelopen afstudeerproject van Herman Teirlinck-student Wannes Cappelle, is de groep nu aan zijn tweede album (Ploegsteert) toe. En de woorden van die jury hebben nog niets aan waarheid ingeboet. Want Cappelle en co blijven vastberaden hun zelf uitgestippelde pad bewandelen.

Marktrock, Het Depot, de Handelsbeurs, Dranouter, Boterhammen in het Park…: vanaf het prille begin gaat Het Zesde Metaal overal door merg en been. Met de spitsvondige humor van frontman en liedjesschrijver Wannes Cappelle als relativerende pleister. Soms levensdronken, zij het meestal met een kater. Vaak cynisch, maar altijd beklijvend oprecht. En dus in het West-Vlaams, de enige echte moedertaal van Cappelle.

Maar de zanger/gitarist/pianist beseft ook dat grote emoties moeten baden in de juiste sfeer. En dus kiest hij in 2007 voor een meer akoestische bezetting. Joris Caluwaerts (rhodes, piano), Liesa Van der Aa (viool, backing vocals), Yannick Peeters (contrabas) en Bert Huysentruyt (drums, trompet) voorzien Cappelles hersenspinsels van de (bedrieglijk!) sobere melodieën die ze nodig hebben. In 2008 legt Het Zesde Metaal, met de hulp van producer Peter Vermeersch (Flat Earth Society, Mad Dog Loose, dEUS), zijn voor Vlaanderen vernieuwende sound vast op een dijk van een debuutalbum: Akattemets.

Dat Akattemets door Focus Knack gebombardeerd wordt tot ‘meest onderschatte plaat van 2008’, is niet toevallig. Een almaar aanzwellende schare toegewijde fans bejubelt Cappelles originaliteit. Zo is hij een van de gasten van Raymond van het Groenewoud in de Radio 1 Sessies. Maar niettemin blijft Het Zesde Metaal een te goed bewaard geheim. Cappelle neemt even afstand en leeft zich uit in het theater en als gitarist bij de succesvolle Nederlandse band Roosbeef. Maar talent kruipt waar het niet gaan kan, en dus pent hij na verloop van tijd weer zijn eigen songs bij elkaar.

In 2010 en 2011 toert Cappelle aan de zijde van Wouter Deprez en cellist Frans Grapperhaus met de theatervoorstelling Maanziek. Het publiek krijgt er een ontwapenende inkijk in de poëtische en melodische pracht waarvan ook zijn nieuwe liedjes weer bol staan. Na bijna vier jaar is de tijd rijp om een vervolg te breien aan het straffe debuut Akattemets.

Het Zesde Metaal wordt opgetrommeld, zij het in een bijna volledig nieuwe bezetting. Cappelle en drummer Bert Huysentruyt krijgen in de studio versterking van Tom Pintens (piano), Filip Wauters (elektrische gitaar, lapsteel, pedal steel) en Tim Vandenbergh (bas en contrabas). Met Robin Aerts als nieuwe producer verloochent Het Zesde Metaal zijn unieke stijl niet. Al gaat de groep op Ploegsteert – het langverwachte tweede album – nóg meer voor de essentie, met een uitgepuurd geluid als ideale soundtrack bij Cappelles virtuoze teksten.

Op dat tweede album graaft de tot volle wasdom gekomen frontman nóg dieper in hart en hoofd. Zowel bij zichzelf als bij zijn publiek. De vruchten van zijn gepieker over de Grote Gevoelens zijn stuk voor stuk ongepolijste pareltjes. Cappelle legt vingers op wonden en windt er geen doekjes om. Dat is ook niet nodig, want hij stelpt ze op tijd en stond met al even rake ontroering. En dankzij zijn schier onuitputtelijke arsenaal aan dichterlijke vondsten – ‘We lopen hand in hand en zwijgen mond op mond’, om er maar één te noemen – zorgt Cappelle ervoor dat een glimlach uiteindelijk altijd de bovenhand